Deze dag staat volledig in het teken van oefenen met eigen casuïstiek. Deelnemers brengen vooraf situaties in waarin zij “vastlopen” (bijvoorbeeld een cliënt die spanning laat zien en waarbij men geen passende aanpak vindt), of andere oefenvragen binnen het thema grensoverschrijdend gedrag, verbale agressie. De nadruk ligt op doen: vaardigheid, houding, taalgebruik, grenzen stellen, de-escalatie en teamafspraken.
Aan het eind van de dag kan de deelnemer:
- spanningsopbouw eerder herkennen (signalen, triggers, eigen stressreactie) en daar tijdig op interveniëren.
- in de-escalerend contact taal en houding inzetten die rust en regie ondersteunen.
- duidelijke grenzen stellen zonder olie op het vuur te gooien (kort, helder, consequent).
- een lastig gesprek of incident veilig afronden en passende nazorg/rapportage/overdracht organiseren.
- met collega’s eenduidige teamlijnen afspreken.
Vooraf levert het team casussen aan en maakt gebruik van het volgende format door het team aan te leveren, uiterlijk …… werkdagen
Het levert casussen aan en maakt gebruik van het volgende format.
- Situatie (waar, met wie, wat gebeurde er)
- Wat was het grensoverschrijdende gedrag / agressie?
- Welke signalen van spanning zag je (of zag je achteraf pas)?
- Wat heb je geprobeerd en wat werkte niet?
- Wat wil je oefenen (bijv. begrenzen, gesprek openen, consequenties benoemen, de-escaleren, teamregie, nazorg)?
- Wat is “succes” voor jou in deze casus?

